Skip directly to content

Hoe wordt de diagnose gesteld

Als een kind klachten heeft die wijzen in de richting van een nieraandoening, zal de specialist bloed- en urineonderzoek doen. Er wordt gekeken hoe groot de hoeveelheid afvalstoffen ‘ureum’ en ‘kreatinine’ in de urine is. De hoeveelheid kreatinine in het bloed wordt vergeleken met de hoeveelheid kreatinine in de urine die gedurende 24 uur is uitgeplast. De uitslag laat zien of er sprake is van een verminderde nierwerking. Er hoeft dan nog geen sprake te zijn van chronische nierinsufficiëntie. Blijkt dat het kind last heeft van een verminderde nierwerking of dat er al sprake is van nierinsufficiëntie, dan zal de specialist verder zoeken naar de oorzaak. Röntgenonderzoek, echografie en weefselonderzoek behoren tot de mogelijkheden om de oorzaak op te sporen. Ondanks de verschillende onderzoeksmogelijkheden is de oorzaak niet altijd duidelijk.

Oorzaken van nierinsufficiëntie kunnen zijn

  • Nierfilterontsteking
  • Diabetes (suikerziekte)
  • Hoge bloeddruk
  • Afsluitingen van de urinewegen samen met infecties
  • Langdurig gebruik van veel pijnstillers
  • Erfelijke cystenieren

Sommige van deze aandoeningen genezen vanzelf of na behandeling zonder dat de nieren zijn aangetast.