Skip directly to content

De ontwikkeling van het kind

Om te zien hoe uw kind op de behandeling reageert, moet het regelmatig op controle komen bij de arts. In het begin is dat elke drie tot vier maanden, later eens in de zes maanden. Bij iedere controle worden de lengte, het gewicht en de bloeddruk gemeten. Één keer per jaar laat de arts een röntgenfoto maken van de linkerhand. Hieraan kan hij zien met welke snelheid de botleeftijd toeneemt. Het bloed zelf wordt ook regelmatig onderzocht om naast groeihormoon ook de andere hormonen te blijven controleren. De meetresultaten verwerkt de arts in een groeicurve. Voor ouder en kind is dit een belangrijk moment, want aan de lijn van groeicurve is te zien of en hoeveel het kind is gegroeid. Vaak weet u al wel dat het kind groeit, maar het is mooi en stimuleert om de toegenomen lengte bevestigd te zien in de groeicurve.

Naarmate uw kind groeit, zal de arts de dosis groeihormoon bijstellen. Als het kind de puberteit bereikt, gaat de dosis meestal extra omhoog om zoveel mogelijk in de pas te blijven met het natuurlijke verloop van de groei. In de puberteit maken kinderen normaliter veel groeihormoon aan en maken een forse groeispurt door.