Skip directly to content

De botontwikkeling

Groeihormoon stimuleert de groei van de botten en dan met name van de pijpbeenderen. De lever maakt onder invloed van groeihormoon eerst de Insulineachtige Groei Factor-I (IGF-I) aan. Vervolgens komt IGF-I in de bloedbaan terecht, waar het wordt vervoerd naar de pijpbeenderen. De pijpbeenderen bevatten groeischijven aan beide uiteinden. Een 'groeischijf' is opgebouwd uit kraakbeencellen. IGF-I en groeihormoon zorgen er samen voor dat de kraakbeencellen zich constant vermenigvuldigen, waardoor het pijpbeen niet alleen in de breedte, maar ook in de lengte kan groeien. Tegelijkertijd worden de oudere kraakbeencellen omgezet in bot. Dankzij de voortdurende aanmaak van nieuwe kraakbeencellen en het omzetten van oude kraakbeencellen in bot, worden de pijpbeenderen steeds langer en het kind groter.

Botgroei stagneert na de puberteit
Het bot groeit het snelst bij een ongeboren kind, in de babytijd en in de puberteit. Na de groeispurt in de puberteit groeit het bot praktisch niet meer. Daarom is het belangrijk om in geval van een groeiachterstand, zo jong mogelijk met de behandeling te beginnen.