Skip directly to content

Wat kan de groei beïnvloeden

Wanneer een kind substantieel te klein blijft voor zijn of haar leeftijd zal de huisarts of de arts van het consultatiebureau samen met u bekijken of het kind wel goed eet en of het vaak ziek is. Blijft de oorzaak van de groeiachterstand onduidelijk, dan wordt u doorverwezen naar de kinderarts. Om vast te kunnen stellen of er sprake is van een groeistoornis, gaat de kinderarts het kind verder onderzoeken. Een groeiachterstand kent namelijk vele oorzaken. Een darmziekte kan bijvoorbeeld de reden zijn dat het lichaam de voeding niet goed opneemt. Ook kan chronische nierinsufficiëntie er toe leiden dat een kind niet goed groeit. Aangeboren afwijkingen, zoals het syndroom van Turner en Prader-Willi syndroom of een tekort aan groeihormoon, kunnen eveneens een groeiachterstand in de hand werken. Het kan ook zijn dat het kind bij de geboorte al te klein was voor de duur van de zwangerschap en dit niet of onvoldoende inloopt. We noemen dit een SGA-geboren-kind (Small for Gestational Age).

Factoren die van invloed zijn op de groei zijn te verdelen in drie groepen: omgevingsfactoren, erfelijke factoren en ziekte:

Omgevingsfactoren die de groei van een kind negatief kunnen beïnvloeden:

  • ongezonde voeding of ondervoeding;
  • verkeerd en overmatig sporten;
  • stress door slechte leefomstandigheden, door mishandeling of door emotionele of fysieke verwaarlozing;
  • drugs, roken en overmatig alcoholgebruik tijdens de zwangerschap;
  • het wisselen van de seizoenen (kinderen groeien sneller in de zomer dan in de winter).

Erfelijke factoren die bepalend zijn voor de eindlengte van een kind:

  • geslacht: jongens worden meestal langer dan meisjes;
  • lengte van de beide ouders;
  • etnische achtergrond: mensen uit bijvoorbeeld Azië hebben een andere bouw en lengte dan mensen uit West-Europa.

Ziekten die de groei kunnen laten stagneren of zelfs stoppen:

  • langdurig ziek zijn of ziek zijn geweest;
  • ziekten aan het hart, de longen, de lever, het maagdarmstelsel en de nieren;
  • aanlegstoornissen, zoals een abnormale groei van het bot of kraakbeen;
  • een afwijking in de structuur of het aantal chromosomen, zoals bij het syndroom van Turner en het Prader-Willi syndroom;
  • een tekort aan groeihormoon (groeihormoondeficiëntie (GHD)).

Als de oorzaak van de groeiachterstand is achterhaald, kan de juiste behandeling de groei meestal weer op gang helpen. Soms komt de oorzaak van een groeiachterstand niet boven tafel.