Skip directly to content

Waaraan herken je het Prader-Willi syndroom

Het Prader-Willi syndroom openbaart zich al bij zuigelingen: de baby heeft een laag geboortegewicht, drinkt slecht, heeft vaak sondevoeding nodig, slaapt veel, is weinig beweeglijk en huilt zwakjes (wat mede wijst op een aangeboren spierslapte). Een van de duidelijkste kenmerken vanaf de geboorte is dat het kind achterblijft in groei. Een kind met het Prader-Willi syndroom scoort bij de geboorte gemiddeld -1 SD in de groeicurve ( jongens en meisjes) en vertoont vanaf de geboorte een blijvende groeiachterstand. Jongens met het Prader-Willi syndroom hebben over het algemeen een kleine penis en de zaadballen zijn meestal niet ingedaald. Bij meisjes zijn de schaamlippen onderontwikkeld.
Vanaf de peuterleeftijd ontwikkelt het kind een abnormale eetlust in combinatie met een geringere energiebehoefte dan normaal (een kind met Prader-Willi heeft 30% minder energie nodig dan leeftijdsgenoten). Een kind met Prader-Willi heeft dan ook een grote kans op overgewicht. Andere opvallende kenmerken die een kind kan ontwikkelen naarmate het ouder wordt, zijn: een achterstand in de motoriek en de verstandelijke ontwikkeling, doorgaans een vriendelijk karakter (makkelijk in de omgang met perioden van driftbuien en woede-uitbarstingen), slaapstoornissen en spraakproblemen, vaak krabben aan wondjes.

Zomaar in slaap vallen
Kinderen met het Prader-Willi syndroom hebben in vergelijk met hun leeftijdsgenootjes meer vet en minder spieren. Hierdoor zijn ze minder actief en sneller moe. Een kind kan overdag als het even niets te doen heeft, zomaar ineens in slaap vallen.