Skip directly to content

Hoe wordt de diagnose gesteld

Wanneer de (huis)arts vermoedt dat de klachten wijzen op een tekort aan groeihormoon, wordt u doorverwezen naar de endocrinoloog voor verder onderzoek. De afgifte van hormonen, dus ook groeihormoon, wordt door bloedonderzoek gecontroleerd. Daarnaast zal de arts een MRI scan van de hersenen laten maken om te zien of er iets met de hypofyse aan de hand is. Deze scan werkt met magnetische velden waardoor de hersenen en dus ook de hypofyse nauwkeurig in beeld worden gebracht.

Tekort moeilijk vast te stellen
Een tekort aan groeihormoon vaststellen is niet eenvoudig. De hoeveelheid groeihormoon en IGF-I die een lichaam aanmaakt, fluctueren gedurende het leven en nemen af met het ouder worden. De productie is het grootst tussen de twaalf en twintig jaar. Bovendien wordt groeihormoon de hele dag in steeds wisselende hoeveelheden afgegeven aan het lichaam. Tijdens de slaap komt de grootste hoeveelheid groeihormoon in de bloedbaan terecht. Het is met het bestuderen van één bloedafname niet te zeggen of iemand een tekort aan groeihormoon heeft. Daarvoor moet de aanmaak van groeihormoon worden gestimuleerd. Dit gebeurt met een Insuline Tolerantie Test (ITT) of met een vergelijkbare test.

Insuline Tolerantie Test (ITT)
Bij de Insuline Tolerantie Test wordt via een infuus insuline toegediend, waardoor het bloedsuikergehalte in het bloed daalt. Normaal gesproken reageert de hypofyse daarop met een extra afgifte van groeihormoon aan het bloed. Die extra afgifte is als het goed is, zichtbaar in het bloed. Door het bloed op verschillende momenten te controleren, wordt duidelijk of dit ook echt gebeurt. Stijgt de afgifte niet, dan is er sprake van een groeihormoontekort. Soms wordt gekozen voor een andere groeihormoontest die de IGF-I waarde in het bloed meet. Deze waarde is meestal verlaagd bij volwassen die te weinig of geen groeihormoon hebben.